Het is precies twee jaar geleden dat ik op vakantie aan de Cote d'Azur inspiratie opdeed om mijn eerste psychologische thriller Verleid me te schrijven. We huurden toen een vakantievillaatje met zwembad in Roquebrune sur Argens. Daar in die vakantievilla hingen zowel in het huis als in de tuin overal camera's die dienst moesten doen als beveiliging voor periodes dat het huis niet verhuurd werd. Mijn man, mijn dochters en ik vonden het maar niks en hadden snel alle camera's die we konden vinden afgedekt want we wilden toch tenminste een minimaal gevoel van privacy hebben tijdens onze vakantie. Op dat ogenblik echter, voor ik het echt besefte,gleden de eerste beelden van Verleid me door mijn hoofd, want wat als er in een dergelijk vakantiehuisje dingen zouden afspelen die het daglicht niet mochten zien. Tijdens die twee weken vakantie onstonden de eerste broeierige scènes van het boek. Ik voelde dat sfeer goed zat. De hitte die daar hing, het vakantiegevoel, de mooie Cote d'Azur... het kreeg allemaal een plaats in Verleid me. Na twee weken intensief gewerkt te hebben op vakantie moesten we echter terug naar huis. Nog steeds speelde het boek zich verder af in Frankrijk en moest ik soms putten uit mijn fantasie. Zo ook voor een scène waar een van de hoofdpersonages Thomas afspreekt met zijn minnares Isabel in een hotel in Nice. Op internet zocht ik een vijfsterrenhotel uit, gelegen op een prachtige boulevard in Nice. Ik bekeek de foto's op het net en probeerde een zo juist mogelijke beschrijving te maken van dit exclusieve hotel. Thomas en Isabel dronken er iets op het prachtige terras voor het hotel en ook de omgeving van de omgeving liet ik een rol spelen in de sfeer die paste bij het boek. Bij het schrijven had ik spijt dat ik het hotel niet echt had kunnen zien. Het doet immers soms veel met je als je de plaatsen in je boek bezocht hebt. Dat was twee jaar geleden. In oktober, een jaar na datum, was Verleid me af en lag het in de winkels.
Afgelopen weken waren we echter terug op vakantie aan de Cote d' Azur. We hadden natuurlijk een daguitstapje gepland naar Nice. Eerst zouden we Nice als stad bezoeken maar op mijn to dolijstje stond ook het bezoeken van het hotel van Thomas en Isabel. De hele dag keek ik uit naar dit afsluitend bezoekje. Terwijl we door de stad wandelden, op de prachtige boulevard bij het strand kuierden, gleed het gevoel door me heen dat ik het juist had gedaan om deze mondaine stad uit te kiezen als locatie waar mijn Isabel zou verblijven.
In de late namiddag zetten we koers naar Boulevard Victor Hugo. Het was even zoeken, maar opeens, terwijl we in de auto aangereden kwamen, zag ik hotel Boscole Exedra Nice in volle pracht voor me. Het benam me de adem. Niet alleen omdat het een mooi hotel was, maar dat de werkelijkheid volledig strookte met mijn fantasie. De prachtige bomen aan beide zijden van de boulevard waren er in werkelijkheid ook. Het terras waar mijn Thomas en mijn Isabel hun rendez vous hadden was nog luxueuzer dan ik me had voorgesteld. Het hotel ademde de decadentie uit die paste bij mijn Isabel.
In geen tijd waren we uit de auto. Met open mond nam ik foto's en zoog ik alle andere details in me op. Mijn man en kinderen die het hotel alleen maar kenden van de beschrijvingen uit het boek moesten het beamen. Het hotel was echt zoals ik het beschreven had. Met kippenvel op mijn lijf stapten we even later terug onze auto in. En terwijl we wegreden, gleed er een vreemd maar heerlijk gevoel door mijn lijf. Ik had het hotel van Thomas en Isabel nu écht gezien. Mijn Verleid me was weer een stukje meer levend geworden...
21 juli 2011
30 mei 2011
Trots op Jelle Vossen !
Woensdagmiddag, iets na twaalven. Samen met mijn oudste dochter kom ik terug van school. Het was een bewogen voormiddag. Al 'ons mannen' op school genoten na van de overwinning van KRC Genk en natuurlijk moest dat besproken worden tijdens de les Nederlands. Hier en daar zaten er ook wat verweesde Standardsupporters tussen maar op passende wijze werden die getroost.
Toen ik thuis kwam en de deur opende, stond ik plots oog in oog met mijn blauwe jongste dochter. Ik moest even twee keer knipperen voor ik besefte wat er gaande was want zo had ik haar vanmorgen niet naar school gestuurd.
Met blinkende oogjes vertelde ze dat ze op school allemaal spandoeken en tekeningen hadden gemaakt en dat ze zich daarna 'professioneel' door elkaar hadden laten volschrijven -en smeren met een blauwe stift en dat allemaal voor KRC Genk én Jelle Vossen. Mijn dochters wangen, neus, kin én oren waren daar het onomstotelijke bewijs van. Daarna waren ze allemaal in een optocht naar het huis van Jelle Vossen getrokken die een paar straten verwijderd van de Eigenbilzerse school woont.
Jelle was aangenaam verrast, had hen allemaal uitvoerig begroet en samen met hem mocht iedereen op de foto.
Mijn jongste dochter blinkt nog steeds na van tevredenheid als ze het me vertelt. Ze laat trots haar arm zien met dé handtekening van Jelle Vossen.
Ik zie aan mijn dochters oogjes dat ze vandaag iets speciaals ervaren heeft. Dat dit gebeuren iets zal zijn dat ze zich ook later nog zal herinneren. Ik denk daarbij terug aan mijn eigen kindertijd en herinner me dat ook wij, in Rekem, met de school Erik Gerets waren gaan vieren. Ik weet nog hoe indrukwekkend ik dat vond als kind. En nu, na al die jaren, als ik Erik Gerets ergens zie, brengt dat nog steeds een glimlach op mijn gezicht en een warm gevoel van trots in mijn lijf. Trots op 'onze Erik' uit 'ons Rekem'.
Het is een levensles die je niet gemakkelijk aan kunt leren, dat we trots mogen en moeten zijn op 'mensen van bij ons'. Sant in eigen land, het komt nog steeds te weinig voor. Mensen zoals Jelle moeten gevierd worden, maken de kers op de taart van een klein dorp. En daar moeten we terecht trots op zijn. Ik hoop dat mijn dochter later ook met een warm gevoel zal terugdenken aan 'onze Jelle' uit 'ons Eigenbilzen'
'Ik heb ook nog een handtekening van Jelle op papier,' vulde mijn jongste dochter mijn gedachtegang nog verder aan. Ik keek haar verwonderd aan. 'Heeft Jelle aan iedereen twee handtekeningen uitgedeeld?' vroeg ik verbaasd. 'Ja, en sommigen hadden er zelfs zes,' antwoordde mijn dochter vrolijk.
Ik knipperde opnieuw met mijn ogen. Dacht aan Jelle die aan ongeveer tachtig leerlingen minstens één en maximum zes handtekeningen had staan geven. Ik vermoed dat hij zich op die manier echt wel sant in eigen land zal hebben gevoeld...
Toen ik thuis kwam en de deur opende, stond ik plots oog in oog met mijn blauwe jongste dochter. Ik moest even twee keer knipperen voor ik besefte wat er gaande was want zo had ik haar vanmorgen niet naar school gestuurd.
Met blinkende oogjes vertelde ze dat ze op school allemaal spandoeken en tekeningen hadden gemaakt en dat ze zich daarna 'professioneel' door elkaar hadden laten volschrijven -en smeren met een blauwe stift en dat allemaal voor KRC Genk én Jelle Vossen. Mijn dochters wangen, neus, kin én oren waren daar het onomstotelijke bewijs van. Daarna waren ze allemaal in een optocht naar het huis van Jelle Vossen getrokken die een paar straten verwijderd van de Eigenbilzerse school woont.
Jelle was aangenaam verrast, had hen allemaal uitvoerig begroet en samen met hem mocht iedereen op de foto.
Mijn jongste dochter blinkt nog steeds na van tevredenheid als ze het me vertelt. Ze laat trots haar arm zien met dé handtekening van Jelle Vossen.
Ik zie aan mijn dochters oogjes dat ze vandaag iets speciaals ervaren heeft. Dat dit gebeuren iets zal zijn dat ze zich ook later nog zal herinneren. Ik denk daarbij terug aan mijn eigen kindertijd en herinner me dat ook wij, in Rekem, met de school Erik Gerets waren gaan vieren. Ik weet nog hoe indrukwekkend ik dat vond als kind. En nu, na al die jaren, als ik Erik Gerets ergens zie, brengt dat nog steeds een glimlach op mijn gezicht en een warm gevoel van trots in mijn lijf. Trots op 'onze Erik' uit 'ons Rekem'.
Het is een levensles die je niet gemakkelijk aan kunt leren, dat we trots mogen en moeten zijn op 'mensen van bij ons'. Sant in eigen land, het komt nog steeds te weinig voor. Mensen zoals Jelle moeten gevierd worden, maken de kers op de taart van een klein dorp. En daar moeten we terecht trots op zijn. Ik hoop dat mijn dochter later ook met een warm gevoel zal terugdenken aan 'onze Jelle' uit 'ons Eigenbilzen'
'Ik heb ook nog een handtekening van Jelle op papier,' vulde mijn jongste dochter mijn gedachtegang nog verder aan. Ik keek haar verwonderd aan. 'Heeft Jelle aan iedereen twee handtekeningen uitgedeeld?' vroeg ik verbaasd. 'Ja, en sommigen hadden er zelfs zes,' antwoordde mijn dochter vrolijk.
Ik knipperde opnieuw met mijn ogen. Dacht aan Jelle die aan ongeveer tachtig leerlingen minstens één en maximum zes handtekeningen had staan geven. Ik vermoed dat hij zich op die manier echt wel sant in eigen land zal hebben gevoeld...
Akelig toeval.
Als schrijfster wordt me wel eens vaker de vraag gesteld waar ik zoal inspiratie opdoe. Dat is een boeiende vraag, want inspiratie is iets dat je steeds op de meest vreemde en meest verrassende momenten overvalt.
Zo is het idee rond mijn vorige boek, een psychologische thriller, ontstaan terwijl we op vakantie waren in Frankrijk aan de Cote d'Azur. We zouden een huisje huren in Roquebruns sur Argens, een bescheiden dorpje waar de tijd was blijven stil staan.
We waren welgeteld vijf minuten in het vakantiehuisje waar we zouden verblijven toen de inspiratie over me neerdaalde. In dat vakantiehuisje waren immers overal camera's aangebracht, zowel binnen als buiten. Volgens de sleutelbewaarder van het huis deden die camera's dienst om het huis te beschermen tegen inbrekers. Mooie theorie, maar zonder het echt te beseffen, ging mijn fantasie onmiddellijk met mij aan de haal en ontstond daar in mijn hoofd een van de eerste hoofdstukken van Verleid me.
Toen ik de eerste hoofdstukken daar inderdaad geschreven had, reageerde een vriendin van me, die meegereisd was, dat geen mens zou geloven dat zo'n idyllisch dorpje als Roquebrune sur Argens, in the middle of nowhere, als setting kon dienen voor een dergelijk spannend verhaal. Ik moest haar toen gelijk geven. Het huisje, ons zwembad, de zon, de bossen... alles rondom ons ademde rust en vrede uit. Waarom moest die thriller zich net hier afspelen? Waren er nu echt geen meer macabere plaatsen die ik kon verzinnen... ?
Maar afgelopen week, tijdens het bekijken van het journaal, stokte mijn adem plots in mijn keel. Het journaal berichtte over een man in het noorden van Frankrijk die zijn vrouw en vier kinderen vermoord had en hen daarna begraven had in zijn tuin. De man was ondertussen voortvluchtig. Het laatste spoor dat van hem terug gevonden was, was zijn auto. Die werd terug gevonden aan de Cote 'd Azur, in het plaatsje Roquebruns sur Argens. Ik keek mijn man sprakeloos aan terwijl de rillingen over mijn lijf kropen. 'Heb je dat gehoord?' vroeg ik hem. 'In 'ons' idyllische Roquebruns sur Argens loopt een gevaarlijke moordenaar rond.' Mijn man knikte verbijsterd. 'Zo zie je maar,' antwoordde hij, 'voor hetzelfde geld zit je op vakantie op een terras iets te drinken terwijl die moordenaar naast je zit!' Ik knikte sprakeloos en dacht aan het dorpje Roquebruns sur Argens, met zijn kleine cafeetjes, de smalle straatjes, de trappen en de huisjes... Ik dacht aan mijn boek Verleid me en aan het thrillergehalte dat daar in zit. Hoe kan ik nog ooit aan dit boek denken zonder aan deze vreselijke moordenaar te denken?
2 maart 2011
Aimée
Afgelopen maandagavond zat ik op Facebook. Kaylee, een meisje van de middelbare school van Voeren die ik leren kennen had tijdens een lezing verleden jaar op die school, klikte me aan op de chat. Ik dacht voor een doordeweeks babbeltje maar zij kwam met nieuws dat doorzinderde tot in het diepst van mijn ziel. Aimée, een meisje waar ik al geruime tijd contact mee had omdat zij ook door het leven moest zonder mama, had de dag ervoor zelfmoord gepleegd. Ik kon het nieuws niet vatten. Het leek hallucinant, onvoorstelbaar en verschrikkelijk, verschrikkelijk pijnlijk. Naarmate de avond vorderde sijpelde het verschrikkelijke besef binnen dat het écht was. Dat Aimée weg was. Dat niemand haar nog kon helpen, ook ik niet.
Die avond schreef ik Aimée nog een afscheidsbrief. Als teken van mijn diepe verbondenheid met haar en als steun aan haar vrienden en vriendinnen die ik ondertussen ook beter kende dankzij de lezing, dankzij Facebook :
Mijn allerliefste Aimée,
Gisterenavond hoorde ik het verschrikkelijke nieuws dat jij vertrokken bent. Vertrokken om nooit meer terug te keren... De wereld stond stil. Hoorde ik het wel goed? Jij? Zo'n sterke meid? Weg? Ik schudde mijn hoofd en kon het niet geloven... wilde het niet geloven ... Dit deed pijn. Heel erg. Heel intens...
Ik zie je nog zo voor me zitten tijdens de lezing verleden jaar. Hoe je stem weerklonk en je dapper vroeg of ik ooit over het verdriet van het verlies van mijn mama was heen geraakt. Ik keek in je ogen en zag tegelijk je pijn en je hoop en ik besefte toen, door jouw vraag, dat je met dezelfde pijn vocht die ook ik ooit moest ervaren. Toen jij na de lezing naar buiten liep, vroeg ik of je graag met me wilde praten en meteen stemde je toe, een beetje verbaasd dat ik wist wat je bedoelde met je vraag. Ik kende je niet maar na twee minuten hadden we een klik. We wisten allebei hoe pijnlijk het was om een echte mama te moeten missen. We wisten allebei dat je elke dag met die pijn opstond en er vaak mee ging slapen. Toch hadden we troost aan elkaar. Dat jij kon zien dat ik na al die jaren van pijn nu gelukkig was... Het gaf je hoop dat jij dat geluk ook ooit zou vinden.
We spraken daar af elkaar niet los te laten. Via Facebook zouden we elkaar contacteren als het minder goed zou gaan. En dat deed je. Je vertelde niet alles. Kleine stukjes van je pijn, je eenzaamheid en je verdriet om je mama stuurde je me via het postvak toe. Ik probeerde je te troosten en dacht dat het hielp. Je vriendinnen van op school kwamen ook geregeld met me chatten en ook zij waren zo bezorgd om jou. Ik vroeg hen goed op jou te letten, om je te steunen, want ik wist dat jij je verdriet graag weg stak. Je was bang om hen lastig te vallen met jouw verdriet, ook al probeerde ik je duidelijk te maken dat zij jou wel zouden begrijpen als je eerlijk was.
Een tijdlang kwam je regelmatig bij me langs op Facebook maar stilaan werden de bezoekjes minder en zag ik dat het beter met je ging. Ik liet je los. Dacht dat je de kracht gevonden had.
Een tijdje geleden kwam ik mevrouw Picard tegen die tegen me zei dat het zo goed ging met jou. Ze zei dat het gesprek tussen jou en mij zoveel voor jou betekend had. Ik was zo trots op je. En ik was zo gelukkig. Gelukkig omdat ik dacht dat jij dat ook was.
Gisterenavond sprak Kaylee me aan op de chat op Facebook. Nog steeds kan ik niet geloven dat jij nu weg bent. Maar ik snap dat het jouw beslissing is. Ik hoop dat je nu bij je mama bent. Dat je eindelijk de liefde krijgt van haar waar je zo naar verlangde. Ik weet zeker dat ze trots is op jou. Ik weet zeker dat iedereen trots is op jou. Trots op die prachtige vriendin die jij voor iedereen was...
Lieve Aimée, we hebben elkaar jammer genoeg niet lang gekend maar je hebt een enorme indruk op me achter gelaten. Je hebt een plekje in mijn hart veroverd. Ik prijs mijzelf gelukkig dat ik zo'n prachtige meid als jou gekend hebt. Ik zal je nooit vergeten...
Liefs,
6 september 2010
Partnerruil
Maandagmorgen 6 september, iets na half elf. Ik probeer te werken aan een nieuw boek maar moet bekennen dat mijn hoofd nog bij het vorige zit. Dat is ook niet meer als normaal. 'Verleid me' moet nog uitkomen en in de aanloop daar naartoe beginnen telefoontjes en mailtjes langzaam maar zeker binnen te stromen. Dat heeft alles te maken met de promotiecampagne die door de uitgeverij is opgestart. De folder van Manteau is namelijk uit gestuurd en ook al geplaatst op Facebook en nadat ik de cover al vrij gegeven had, werd sinds verleden week ook de korte inhoud van 'Verleid me' vrij gegeven. Vanmorgen werd de datum van een eerste signeersessie al vast gelegd en met dat vast leggen drong het tot me door dat andere telefoontjes rond signeersesses wel eens snel zouden kunnen volgen. Ik dacht meteen aan Tonia, mijn vriendin, die hier in ons dorp een kranten -en boekenwinkel runt en aan wie ik de primeur van een eerste signeersessie natuurlijk graag gun.
Ik aarzelde niet, sprong op mijn fiets en reed naar Tonia om haar in te lichten dat 'het begonnen was' en dat snel reageren en plannen nu cruciaal was. Het was druk in Tonia's krantenwinkel en tussen de bedrijven door regelden we in de winkel wat er rond die signeersessie allemaal geregeld diende te worden. Op de ogenblikken dat er volk in de winkel was, ging ik telkens bescheiden aan de kant staan, zodat Tonia de mensen kon helpen.
Natuurlijk kennen de mensen van Eigenbilzen me en reageren ze vaak op mijn boeken.
Ook zo op dit ogenblik.
Een vrouw neemt Het Belang van Limburg, regelt een Lotto, ziet me staan en knikt me toe. Naast Tonia, vanvoor op de toonbank, lliggen stapeltjes boeken in de aanbieding. De vrouw kijkt naar de boeken en dan naar mij. 'Is dat je nieuwe boek?' vraagt ze in plat Eigenbilzers. Ik schud mijn hoofd en antwoord trots dat dat wél zal verschijnen binnen een maand. De vrouw reageert niét op mijn antwoord maar blijft strak staren naar de stapel boeken naast me.
'Partnerruil!' roept ze plots. Ik volg haar blik en zie nu pas de titel van de stapel boeken op de toonbank.
'Ik dacht ook al,' roept ze verder, nog steeds in plat Eigenbilzers, 'Waar ben je nu mee bezig?'
Ze schudt afkeurend haar hoofd, neemt haar krant en haar Lotto en verlaat zonder verder een woord te zeggen de winkel.
Geschrokken kijk ik Tonia aan. De woorden van de vrouw galmen nog na in de winkel. 'Waar ik nu mee bezig ben?' herhaal ik terwijl ik Tonia verbouwereerd aankijk. 'Niet alles wat ik schrijf is daarom autobiografisch...,' hakkel ik. Tonia steunt met haar ellebogen op de toonbank en slaat haar handen tegelijk voor haar mond en haar gezicht. 'Oh mijn god,' lacht ze zenuwachtig. 'Jouw titel is misschien nog wel erger?' We kijken elkaar perplex aan en lachen een beetje hysterisch want we beseffen allebei plots dat een titel als 'Verleid me' de fantastie van menig dorpeling zou kunnen prikkelen.
Ik denk aan het kleine dorp waarin ik woon, waar waarheid en geruchten vaak over één kam geschoren worden en huiver. Hoe lang zal het duren voordat er verteld wordt dat 'de schrijfster' aan Partnerruil doet?
Ik aarzelde niet, sprong op mijn fiets en reed naar Tonia om haar in te lichten dat 'het begonnen was' en dat snel reageren en plannen nu cruciaal was. Het was druk in Tonia's krantenwinkel en tussen de bedrijven door regelden we in de winkel wat er rond die signeersessie allemaal geregeld diende te worden. Op de ogenblikken dat er volk in de winkel was, ging ik telkens bescheiden aan de kant staan, zodat Tonia de mensen kon helpen.
Natuurlijk kennen de mensen van Eigenbilzen me en reageren ze vaak op mijn boeken.
Ook zo op dit ogenblik.
Een vrouw neemt Het Belang van Limburg, regelt een Lotto, ziet me staan en knikt me toe. Naast Tonia, vanvoor op de toonbank, lliggen stapeltjes boeken in de aanbieding. De vrouw kijkt naar de boeken en dan naar mij. 'Is dat je nieuwe boek?' vraagt ze in plat Eigenbilzers. Ik schud mijn hoofd en antwoord trots dat dat wél zal verschijnen binnen een maand. De vrouw reageert niét op mijn antwoord maar blijft strak staren naar de stapel boeken naast me.
'Partnerruil!' roept ze plots. Ik volg haar blik en zie nu pas de titel van de stapel boeken op de toonbank.
'Ik dacht ook al,' roept ze verder, nog steeds in plat Eigenbilzers, 'Waar ben je nu mee bezig?'
Ze schudt afkeurend haar hoofd, neemt haar krant en haar Lotto en verlaat zonder verder een woord te zeggen de winkel.
Geschrokken kijk ik Tonia aan. De woorden van de vrouw galmen nog na in de winkel. 'Waar ik nu mee bezig ben?' herhaal ik terwijl ik Tonia verbouwereerd aankijk. 'Niet alles wat ik schrijf is daarom autobiografisch...,' hakkel ik. Tonia steunt met haar ellebogen op de toonbank en slaat haar handen tegelijk voor haar mond en haar gezicht. 'Oh mijn god,' lacht ze zenuwachtig. 'Jouw titel is misschien nog wel erger?' We kijken elkaar perplex aan en lachen een beetje hysterisch want we beseffen allebei plots dat een titel als 'Verleid me' de fantastie van menig dorpeling zou kunnen prikkelen.
Ik denk aan het kleine dorp waarin ik woon, waar waarheid en geruchten vaak over één kam geschoren worden en huiver. Hoe lang zal het duren voordat er verteld wordt dat 'de schrijfster' aan Partnerruil doet?
Abonneren op:
Posts (Atom)


