Ik stop verbaasd bij een berichtje van Veerle, mijn vriendin én collega op de middelbare school waar ik les geef.
'Veerle C. heeft een gijzeling naast haar deur!'
Zo staat het daar letterlijk. Ik ben even sprakeloos. Wat in hemelsnaam bedoelt ze? Een gijzeling? In Bilzen?
In de buurt van haar appartement? Dat kan toch niet. Bilzen is een prachtig en rustig stadje. Een gijzeling? Ik moet het verkeerd begrepen hebben.
Maar dan zie ik hoeveel reacties er op haar bericht gekomen zijn en meteen klik ik die aan. Mijn hart staat stil als ik daar uit de stroom reacties kan opmaken dat er iets helemaal fout is. Ik lees 'Wijerstraat' en 'Agent dood geschoten'. Mijn bloed stolt in mijn aders. Dit kan toch niet. Wat is daar aan de hand?
In geen tijd surf ik naar Het Belang van Limburg en wat ik daar lees maakt het er alleen maar erger op. Ik lees dat een man zijn vijftienjarige zoon die ochtend heeft dood geschoten in Vlijtingen en daarna naar Bilzen reed waar hij het appartement van zijn ex-vrouw is binnen gedrongen. De vrouw is kunnen ontsnappen maar de politie-agenten die daarna de man proberen te overreden komen er slechter vanaf. Een van hen valt op de trap waarbij de schutter hem tweemaal in de rug schiet. De tweede agent schiet terug ter zelfverdediging maar het is al te laat. Het kogelvrije vest kon de agent niet beschermen en hij sterft ter plaatse.
Ik lees geschokt verder en terwijl mijn afkeer over de dood van de agent en de jongen steeds toeneemt, duikt er een gedachte op die ik het liefst ver wil weg stoppen : Is de vermoorde jongen een jongen van onze school? In mijn hoofd echoën de woorden 'Vlijtingen' en 'vijftien jaar' en ik besef iedere minuut meer dat er zoveel jongens van die leeftijd uit dat dorp naar onze school komen.
Om 13 uur volg ik het journaal vol angst. De beelden die ik te zien krijg tarten mijn verbeelding. Ik zie pantserwagens, speciale interventietroepen, sluipschutters in verschillende gebouwen. Onze school, die slechts vijftig meter van het appartement verwijderd is, lijkt wel een belegerde vesting. Ik schud in ongeloof mijn hoofd : dit kan niet. Dit kan gewoonweg niet. Dan hoor ik dat de schutter dood is, waarschijnlijk gestorven door een politiekogel maar ik verneem niets over de identiteit van de vermoorde jongen.
Een uur later ga ik terug zitten achter mijn computer, zoek Facebook weer op. En daar vind ik het nieuws dat ik vreesde. Een collega reageerde op mijn bericht : "Ja Anja, het is een leerling van bij ons. Cederic H van het vierde jaar." Op dat moment gaat er een schok door mijn lijf. Zie ik Cederic voor mijn ogen zoals ik hem van op school kende. Een gevoel van afschuw en ongeloof gaat door mijn lijf. Nee, nee, nee, dit kan niet waar zijn. Dit mag niet waar zijn. Ik zoek verder op Facebook maar ook in andere reacties vind ik Cederics naam terug. De tranen springen in mijn ogen. Ik sluit facebook af en wil even niets meer weten. Het is teveel. Gewoonweg teveel! Tranen rollen over mijn wangen als ik me voorstel wat er gebeurd moet zijn die laatste ogenblikken van Cederics leven en ik vraag me hardop af 'waarom'? Wat in hemelsnaam is er gebeurd dat hij daarvoor zijn leven moest laten?
Ik neem mijn telefoon en bel naar mijn collega Veerle, want ik besef opeens dat zij klastitularis is van Cederic. Als ik haar stem hoor, weet ik het al, nog voordat ik de vraag gesteld heb. Ja, het is Cederic.
Cederic is niet meer.
De middag gaat aan me voorbij. Ik ben tot niets in staat.
Als ik 's avonds laat in bed lig en de slaap niet kan vatten denk ik aan al onze leerlingen. We zijn dan misschien 'maar' leerkracht maar op momenten als deze merk je hoe nauw je leerlingen je aan het hart liggen. Het zijn 'onze jongens' , 'ons mannen' zoals we zo vaak zeggen. En raken ze aan die mannen, dan raken ze ons in onze ziel.
Cederic, lieve jongen, we zullen je niet vergeten. Wat je overkomen is, is onbeschrijflijk. Wij snappen deze waanzin niet. Weet wel dat je een plaats in ons hart veroverd hebt. Rust zacht. x

Geen opmerkingen:
Een reactie posten